Dit zijn ze

augustus 19, 2010

Dit zijn ze. Dus.

“Dit zijn ze: inzittenden ontplofte BMW”, las ik hier. Daaronder een foto van twee mannen die ergens naar keken. Waarschijnlijk naar hun onplofte BMW.

Ze staan er enigszins gelaten bij. De ene met de armen over elkaar. De ander met de armen langszij. De ene met de armen over elkaar leek mij degene die het voor het zeggen had. Hij was een stuk kleiner en had zo te zien een goed gevulde portemonnee in de achterzak van zijn spijkerbroek. De ander had dan weer een goed gevulde buik. En wel zo’n goed gevulde buik dat zijn bruine polo onderaan een flinke ruimte liet tussen polo en broek zodat een eventueel briesje vrijspel had om meneers eventuele buikharen te doen wuiven als graanhalmen. De man met de goed gevulde buik had de spieren, de man met de goed gevulde portemonnee de hersens. Een klassiek duo. Brein en dommekracht. Asterix en Obelix.

Als je ze zo op het eerste gezicht ziet, zou je niet zeggen dat ze zojuist aan de dood ontsnapt waren. Naar verluidt had een van de mannen (ik denk de kleine) gezegd: “De volgende keer ben ik dood.” Ze reden in de auto toen deze ontplofte bij de Torontobrug. Ware ik deze mannen geweest, dan was ik, nadat ik uit de ontplofte auto was gekomen en mij had gerealiseerd dat ik een aanslag had overleefd, zo snel als mijn benen (die ik godzijdank kennelijk nog had) konden dragen naar de eerste de beste weet-ik-veel-wat gevlucht om van daaruit naar iets anders te vluchten om daar niet meer naar buiten te komen voordat ik zeker wist dat ik op een zeer omslachtige, niet te traceren manier naar een onooglijk dorpje in Patagonië kon afreizen. Maar goed, ik sta dan ook niet bekend om mijn onverschrokkenheid.

De mannen op de foto ontlenen waarschijnlijk juist hun bestaansrecht aan hun onverschrokkenheid. Ze rijden in een BMW. Die BMW ontploft. Ze stappen uit hun ontplofte BMW. Nemen wat afstand. En gaan uitgebreid naar hun ontplofte auto staan kijken. Ze balen, maar zijn niet bepaald in chock. Als ik niet had geweten dat deze twee mannen naar een BMW keken die zojuist ontploft was terwijl zij erin zaten, en als hun gezichten niet onherkenbaar waren gemaakt (dat waren ze aanvankelijk overigens niet), dan zou ik waarschijnlijk hebben gedacht dat ze naar een gezonken bootje keken.

Zo’n bootje waar ze graag mee over de grachten voeren als het mooi weer was. Dan nodigden ze wat vrienden uit. Dan tuften ze gezellig door onze geliefde hoofdstad, werden ze geleidelijk aan dronken, stopten ze zo nu en dan bij een terrasje, pikten onderweg meer vrienden op, iemand maakte cocktailtjes, ze werden nog dronkender, begonnen te lallen en werden zo dronken dat ze al varend tegen de ramen van woonboten gingen pissen waarbij de boot bijna kapseisde omdat iedereen aan één kant stond.

Jammer genoeg was het er deze zomer nog niet van gekomen. Tot deze avond. Ze hadden er zin in. Ze gingen varen! Maar bij het bootje aangekomen bleek het bootje, door een combinatie van ouderdom en overmatige regenval aan het begin van de zomer, te zijn gezonken. Er was geen redden meer aan. Beteuterd bleven ze even naar het gezonken bootje kijken. Op de tweede foto sms’t de man met de goed gevulde buik naar Theo (die ze bij de brug bij Hotel l’Europe zouden oppikken) dat het boottochtje helaas niet door gaat. “Zeg maar dat we zijn kant opkomen”, zegt de man met de goed gevulde portemonnee, “wij nemen wel bier mee.”

Dit stukkie verscheen ook op AT5.nl en wel hier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: