Haagse Perikelen (2)

februari 25, 2010

Wouter Bos beraadt zich

Het was een eenvoudig ‘hallo‘ geweest dat Wouters hart had doen overslaan. Hij had behoefte gehad aan een luisterend oor en had zijn maatje in Vancouver geprobeerd te bellen. Hij had ‘m willen vertellen over de naaistreken die JP hem had geleverd. Hij had behoefte gehad aan een hart onder de riem. Maar wat hij kreeg was een dolk in zijn rug. Want de ‘hallo’ die hij te horen kreeg, was niet afkomstig van degene die hij meende te bellen. De ‘hallo’ die hij te horen kreeg werd uitgesproken door niemand minder dan Ria Visser. Dezelfde Ria Visser voor wie Wouter zo’n hoog oplaaiende kalverliefde voelde. Dezelfde Ria Visser die hem een week eerder door die hufter van een JP was afgepakt. Wat deed zij met deze telefoon? Ergens op de achtergrond hoorde Wouter hoe Maxime aan het inpraten was op JP. “Je hebt een probleem, JP”, hoorde hij Maxime zeggen. “Je hebt een groot probleem. Je moet van je verslaving af.” JP vond het onzin. “Ik heb helemaal geen probleem”, zei hij, “ik heb gewoon altijd zin. Daar is niks problematisch aan. Dat is gezond. Toch?” Het interesseerde Wouter niet meer.

Wouter Bos bij een radio-interview

Het telefoongesprek van die ochtend bleef door zijn hoofd spoken. “Mag ik Gerard even”, had Wouter aan Ria gevraagd. “Met wie spreek ik?”, vroeg Ria. Wouter hoorde dat ze zwaar ademde. Zwaarder dan ze ademde wanneer ze met haar sensuele stem met Mart en Bart de schaatswedstrijden analyseerde. Wouter voelde hoe de zwellichamen zijn broek strakker trokken. “Mag ik Gerard even”, zei Wouter met overslaande stem. “Gerard is even bezig”, zei Ria, nog zwaarder ademend. “Wie is het”, hoorde hij iemand op de achtergrond mompelen. “Met wie spreek ik”, zei Ria. “Met Wouter”, zei Wouter. “Ene Wouter”, zei Ria met een hoge uithaal op de Wou. “O shit kut geef hier”, hoorde Wouter Gerard zeggen. Er klonk wat gerommel. “Wouter”, zei Gerard, “Wouter, het is niet wat je denkt.” Na een eenvoudig ‘klootzak’ had Wouter opgehangen.

Wouter Bos op de radio

Het was geen woede wat Wouter nu voelde. Het was een diep verdriet. Een onpeilbaar verdriet. Het verdriet door een vriend te zijn verraden. Het mooie aan Gerard en hem was dat ze zulke andere dingen deden, dat ze zo anders in elkaar staken, maar juist daardoor zo’n bewondering voor elkaar hadden. Dat was de basis van hun vriendschap geweest. Uiteraard had Wouter ook aan Gerard vertelt wat hij voor Ria Visser voelde. Gerard had hem begrepen. Gerard had zijn arm om hem heengeslagen. Gerard had toegezegd dat hij bij Ria een balletje op zou gooien. Gerard kende Ria een beetje. Tegen Meurders en Jansen vertelde Wouter iets over verkiezingsbeloften. Hij was er niet echt bij met zijn hoofd.

Balkenende in Pijnacker

Tijdens zijn werkbezoek op Nieuwbouwproject ‘Fluitekruid’ in Pijnacker zat JP de woorden van Maxime te overdenken. Zou hij inderdaad een probleem hebben? Hij had het weggewimpeld, maar misschien had hij een punt. Maxime had gezegd dat Bianca hem gebeld had. Dat Bianca had gezegd dat er geen land meer met hem te bezeilen was. Dat hij grof deed aan tafel. JP kon het zich niet herinneren. Nu hij er over nadacht, als hij thuis was, was hij met zijn hoofd altijd ergens anders. En dat was niet bij zijn werk. Terwijl Maxime op hem aan het inpraten was geweest, had JP zijn to-do-list erbij gepakt. “Wat is dat?”, had Maxime gevraagd. “Mijn to-do-list”, had JP gezegd. “Laat eens zien?”, had Maxime gezegd. JP had het schriftje bij zich willen houden, maar Maxime had het al uit zijn handen gegrist. Hoofdschuddend zat hij JP’s to-do-list te lezen. “JP”, had Maxime zuchtend gezegd, “het is nog veel erger dan ik in mijn stoutste dromen kon vrezen. Kijk, dat je een Albayrak en een Mariko op je to-do-lijstje hebt staan, dat kan ik nog wel begrepen. Maar Erica Tersptra!? En tot mijn afgrijzen is ze nog doorgekrast ook. ” JP had z’n schouders opgehaald. “Ik vind haar wel lekker”, had hij gezegd. “En ik was vorige week toch in Vancouver.”

Wouter in het torentje

Wouter begreep niet zo goed wat hij hier deed. Maxime had hem opgebeld. Of hij met spoed naar het torentje wilde komen. “Naar jou luistert hij”, had Maxime gezegd. Wat een gelul. JP had nog nooit naar iemand geluisterd. Laat staan naar Wouter. Dat had hij ook tegen Maxime gezegd. Maar Maxime had erop gestaan dat hij zou komen. Toen Wouter in het torentje aan was gekomen, bleek de hele santekraam daar al te zitten. Iedereen was er, behalve JP zelf. Maar André, Bert, Camiel, Ronald, Maxime, ze zaten er allemaal. “Waarom zitten we hier”, vroeg Wouter. “Omdat JP een probleem heeft”, zei Maxime, “en door dat probleem brengt hij ons in de problemen.” Wouter keek uit het raam. Daar kwam JP aan. Wat doe ik hier, dacht Wouter. Hij voelde zich ellendiger dan ooit. Wat JP hem geflikt had, kon hem al niet meer schelen. Het verraad van Gerard was vele malen erger. Wouter zinde op wraak.

Intervention

“Wat is dit?”, zei JP toen hij binnen kwam en al zijn vrienden in één ruimte aantrof. Het was wat de Amerikanen wel eens een ‘intervention’ noemen. Een verslaafde wordt geconfronteerd met de pijn die hij vrienden en familie heeft aangedaan. Iedereen mocht zijn zegje doen. Ronald bleek beledigd dat JP zijn gevoelens nooit had beantwoord. Kamiel vond het onverteerbaar dat JP op een verjaarspartijtje van Camiel zowel Camiels moeder als Camiels nichtje had geprobeerd te verleiden. Dat het bij die laatste niet gelukt was, maakte het er niet minder erg om. Maxime vertelde hoe JP het presidentschap van de EU had verspeeld door een vluggertje in een Brussels hotel met Carla Bruni. En zo ging het maar door. Uiteindelijk was Wouter aan de beurt. Maar Wouter had geen zin om iets te zeggen. “Ik kap ermee”, zei hij. Die avond viel het kabinet.

JP houdt een persconferentie

Toen Wouter de volgende avond naar de televisie keek, zag hij dat zijn vriend JP een persconferentie hield. “Ik heb spijt van alles wat ik heb gedaan”, zei JP. “Ik was ontrouw, had affaires, ik bedroog. Wat ik deed was niet aanvaardbaar en ik ben de enige die daaraan schuld heeft.” JP beloofde dat hij professionele hulp zou zoeken om zijn probleem aan te pakken. Hij zei te hopen dat zijn vrouw hem ooit zijn fouten zal vergeven. Hij eindigde zijn verhaal met een oproep aan het volk: “Ik hoop dat jullie op een dag weer in mijn geloven.” Het liet Wouter koud. Hij dacht maar aan één ding. Aan Gerard en Ria. In één bed.

Bart en Ria.

Waarom hij keek, wist hij eigenlijk niet. Maar Wouter keek. Misschien juist om zichzelf te pijnigen. Als je dan toch medelijden met jezelf hebt, kun je er misschien maar het beste meteen in gaan zwelgen. Hij hoorde hoe Ria met die onweerstaanbare stem van haar de druk op schaatser Sven Kramer niet al te hoog wilde maken. De jongen was veruit favoriet. Maar er was een Koreaantje tussen gekomen dat wel eens voor een verrassing zou kunnen zorgen. Waarom zou ik ook kijken, dacht Wouter. En hij zette de televisie uit.

Wouter voor een verkiezingsposter

Wouter stond voor een oude verkiezingsposter. Kijk toch eens hoe vrolijk dat ventje toen was. Hoe zonder zorgen. Nog geen grijze haar te zien. De wereld was een en al vriendelijkheid. De mensen waren welwillend. Hoe heeft alles zo fout kunnen gaan? Toen waren hij en Gerard nog dikke maatjes geweest. Wat een geweldige tijd. En terwijl hij zo zat te denken over de tijd die was geweest en nooit meer terugkwam, werd hij overspoeld door een geweldig gevoel van warmte. Warmte voor zijn landgenoten, warmte voor zijn partijgenoten, warmte voor JP, warmte voor Gerard. Ik moet ‘m bellen, dacht Wouter. Hij pakte zijn telefoon en belde. “Met de telefoon van Gerard”, zei een stem. Wouter zei dat hij dringend Gerard wilde spreken. Dat kon niet, zei de stem, Gerard was bezig. En toen deed Wouter iets wat hij eigenlijk nooit deed. Hij zei dat hij Wouter Bos was, dé Wouter Bos, en dat het niet kon wachten. Het was in het landsbelang. “Oké”, zei de stem, “ik zal je even doorverbinden.” Het duurde even voordat hij Gerards stem hoorde.

Wouter Bos belt.

“Wouter?”, zei de stem van Gerard. “Ja”, zei Wouter, “met mij.” “Kan het niet even wachten”, zei Gerard. “Nee”, zei Wouter, “ik wilde je alleen maar even laten weten dat ik je alles vergeef. Ik gun jou en Ria het beste.” “Wacht even”, zei Gerard, “ik moet even een rondetijd opschrijven.” De lijn bleef open. Wouter hoorde op de achtergrond een juichend stadion. “Kom op, kom op, kom op”, hoorde hij Gerard schreeuwen. En toen: “Naar de binnenbocht, je moet naar de binnenbocht.” Wouter glimlachte. Wat was het toch fijn een vriend te hebben als Gerard.

Advertenties

5 Reacties to “Haagse Perikelen (2)”

  1. Rigo Reus said

    Dit is toch geen indirect stemadvies?

  2. Molovich said

    Als dit al een stemadvies is, dan zou ik niet weten voor wie.

  3. Rigo Reus said

    O, ik vroeg het, omdat ik toch, en na lezing van dit stuk weet ik dus de WERKELIJKE oorzaak, van slag was, na die fatale wisselaanwijzing van Sven op de 10 km – maar de oorzaak was dus Wouter (PvdA) Bos. Mooi, dan heeft een andere partij [/privacy alert] er bij deze een (mijn dus) stem bij.

  4. […] Haagse Perikelen (2) In de kantlijn […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: