BLS 2.11: Oog om oog

februari 16, 2010

Gandhi, ouwe zeikerd.

Na de Tien Geboden volgen de kleine lettertjes van het contract dat God met Mozes had afgesloten. Een soort extra clausules opdat er geen misverstanden over het een en ander ontstaan. Want je kunt wel zeggen dat gij niet doden zou, maar als gij toch doodt, wat moet er dan gebeuren? God heeft geen zin om elke moordenaar met een bliksemstraal te treffen. Wat er op aard gebeurt, is in eerste instantie een zaak van de mensen. Vandaar deze voorschriften.

Voorschriften inzake het leven van de naaste
Oog om oog, tand om tand, luidt een bekende zegswijze. An eye for an eye makes the whole world blind, schijnt Gandhi te hebben gezegd. Nu heb ik niet zo’n heel hoge pet op van Gandhi. Ik vind het, om eerlijk te zijn (en waarom zou ik dat niet zijn), een betweterige zeikerd. Een heilig boontje. Een Pimmetje Engelengeduld van de Kindercrèche. Onuitstaanbaar in de zelfgenoegzame etaleerdrift van zijn nederige wijsheid. Hij koketteert mijns inziens met de grote geest die er in hem schijnt te huizen. Gandhi was een beetje de Frénk van der Linde van de wereldleiders. Muhatma betekent grote geest. Jezelf Grote Geest Gandhi laten noemen is een beetje hetzelfde als jezelf ‘meesterinterviewer’ Frénk van der Linden laten noemen.

Maar ik dwaal af. Dat oog om oog, tand om tand is gedestilleerd uit deze tekst: “Maar indien er een ander letsel is, zult gij geven leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet, blaar voor blaar, wond voor wond, striem voor striem.” (Exodus 21:23-25) Het is, kortom, een strafsysteem. En, voor de primitieve tijden waarover wij hier spreken, een behoorlijk rechtvaardig strafsysteem. Wie iemand bewust een vinger afhakt of een oog uitsteekt, zal zelf, als straf, een vinger of een oog moeten missen. Heel duidelijk. Misschien is een gevangenisstraf of een boete geciviliseerder, maar een oog voor een oog en een tand voor een tand lijkt mij een goed begin. Waarbij altijd nog maar de vraag is in hoeverre de dader schuldig is, in hoeverre de misdaad met opzet is gepleegd, bedoel ik. Om dat te bepalen had men rechters. Waarvan de een ongetwijfeld een beter rechtvaardigheidsgevoel had dan de ander. En ook toen zal er ook wel eens een wat populistische uitspraak zijn gedaan. Daar hoeven wij niet over te twijfelen. Het blijft nu eenmaal mensenwerk. God bemoeit zich er maar heel zelden mee.

De voorschriften beginnen overigens met de regels omtrent het doden van mensen. “Wie iemand zo treft dat hij sterft, zal zeker ter dood gebracht worden.” (Exodus 21:12) Echter: “Voor het geval, dat hij het er niet op toelegde, doch dat God het zijn hand deed overkomen, zal Ik u een plaats aanwijzen waarheen hij kan vluchten. Doch wanneer iemand misdadig handelt tegen zijn naaste en hem met list doodt, dan zult gij hem van mijn altaar weghalen, opdat hij sterve.” (Exodus 21:13-14) Hier geeft God eigenlijk toe dat hij soms mensen zal misbruiken om iemand te doden. Wie iemand per ongeluk doodt, mag er vanuit gaan dat hij heel even het werktuig van God was. De persoon in kwestie moest dood van de voorzienigheid, de doder hoeft niet gestraft te worden en zal onderdak vinden in een door God aangewezen plek. Blijkt vervolgens dat het allemaal list en bedrog was, dan zal de moordenaar alsnog z’n straf krijgen.

Aan je vader en moeder mag je al helemaal niet komen. “Wie zijn vader of zijn moeder slaat, zal zeker ter dood gebracht worden.” (Exodus 21:15) En: “Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt, zal zeker ter dood gebracht worden.” (Exodus 21:17) Dit zijn dan weer van die primitieve regels waar wij, individualistische westerlingen, grote moeite mee hebben. Ik ook, hoewel ik als kersverse vader wel wil toegeven op te zien tegen de dag vervloekt te worden door mijn zoon, die pas veel later zal begrijpen dat het allemaal om zijn eigen bestwil was en dat zijn vader hem voor dezelfde fouten wilde behoeden die hij ooit had gemaakt, tegen beter weten in, want zijn vader weet ook wel dat het noodzakelijk is om die fouten in het leven te maken, maar ja, het is ook noodzakelijk om je zoon daarop te wijzen, en het is ook noodzakelijk om daar als zoon woedend om te zijn, opdat het individu zich kan losscheuren van zijn stam en zich ten volle kan ontwikkelen. Daar hoort geen doodstraf op te staan.

Maar ja, deze richtlijn, inzake het slaan en vervloeken van de ouders, is waarschijnlijk een echo van Gods eis Zelf vereerd te worden als de enige God die er toe doet. God is immers ook een vader. Een Vader die volledige overgave en blinde devotie van Zijn kinderen vraagt. Niet zo gek dat Zijn kinderen dat dan ook weer van hun kinderen kunnen vragen.

Advertenties

12 Reacties to “BLS 2.11: Oog om oog”

  1. Oud Zeikwijf said

    Master.
    Onee. Master mag niet meer. Nu is het “Humor.”, maar dan vooral om iets niet speciaal grappigs. Dus hier zou ik de plank mee mis slaan. “Humor.” kan dus ook niet.
    Subliem dan maar.
    Subliem.

  2. Oud Zeikwijf said

    Ik begin ontzettend benieuwd te raken naar die Frenk van der Linde.

  3. Molovich said

    Vergeet het accent niet. Frénk. Bijna even aanstellerig als een initiaal tussen voor- en achternaam.

  4. Molovich said

    Master mag trouwens weer wel, juist omdat het niet mag.

    Het is een ingewikkelde wereld waarin wij leven.

  5. Bob said

    Prachtige beschrijving van de vader-zoon verhouding.

  6. Max J. Molovich said

    Touché.

  7. Marjan said

    Maar daar houd ik wel van, bij jou dan.

  8. Horst said

    Frénk leidde dinsdag een debat, waarbij één van de deelnemers op een bepaald moment totaal offtopic (om eens een modern woord te gebruiken) vertelde dat ze enige weken daarvoor in een winkel voor klassieke muziek beland was, en ademloos had geluisterd naar het ontzettend geinformeerde gesprek tussen Frénk en de verkoper. Ze zei dat bijzonder jaloers was, en ook graag zo veel van klassieke muziek had willen weten.

    Om te laten zien wat voor een bescheiden type hij was, zei Frénk dat hij graag nog eens het enthousiasme van de onwetende zou ervaren.

  9. Molovich said

    Typisch.

    Zou me niks verbazen als die vrouw altijd in de zaal zit om deze vraag te stellen. Net zoals Harry Mulisch zich in het Americain elke dag een keertje naar de telefoon liet roepen. “Telefoon voor de heer Mulisch”, riep het meisje dan, op een moment dat het een beetje druk was. Zodat de heer Mulisch zijn krant en pijp kon neerleggen, of zich even bij zijn gezelschap moet excuseren, om naar de telefoon te lopen, nagestaard door vrouwtjes uit de provincie die een stukje taart aan het eten ware na een dag vol met Leidsche en Kalverstraten.

  10. Horst said

    Net zoals de mensen die door Youp ingehuurd werden om uit de zaal iets bijdehands te roepen, zodat hij daar vervolgens zijn ingestudeerde ontzettend adremme grappen over kon maken.

    Het is een nare wereld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: