BLS 2.10: Glockenspiel

februari 9, 2010

Sinai

Nadat de Tien Geboden aan het volk Israëls zijn voorgedragen, laat God het donderen en bliksemen en laat hij de bazuinen schallen en de berg roken. Het volk zag het en bleef op afstand staan, zoals het hoort tijdens dit soort spectakels. Ga jij maar even, zeiden ze tegen Mozes. Jij kent Hem een beetje. “Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt. Het volk nu bleef van verre staan, maar Mozes naderde tot de donkerheid waarin God was.” (Exod. 20:20-21)

Duistere scènes die eens te meer duidelijk maken waar het God allemaal te doen is. Om angst te zaaien opdat men Hem gehoorzaam. Een tiran die dreigt met het ergste als men niet naar Hem luistert. Wat volgt op de Tien Geboden zijn een groot aantal voorschriften en regels.

Het begint met de Voorschriften inzake de eredienst, die verwijzen naar het eerste twee geboden (Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben en Gij zult geen gesneden beeld maken). Nu heet het: “Gij zult naast Mij geen goden maken; noch van zilver noch van goud zult gij ze u maken.” (Exodus 20:23) Alsof een god iets is wat je op een druilerige zondagmiddag in elkaar knutselt, als je toch niets beters te doen hebt. God vertelt hoe men een altaar ter ere van Hem moet maken, waarop men brandoffers en vredeoffers kan brengen. Van aarde zal dit altaar zijn. Men mag ook een altaar van steen maken, maar de stenen mogen niet gehouwen zijn. “Wanneer gij het met uw houweel bewerkt, ontwijdt gij het.” (Exodus 20:25) Ik neem aan dat dit betekent dat altaarbouwers enkel stenen mogen gebruiken zoals ze gevonden zijn.

Er is nog een manier om het altaar te ontheiligen, namelijk door naar boven te klimmen. “Ook moogt gij niet langs een trap naar mijn altaar opklimmen, opdat daarop uw schaamte niet zichtbaar worde.” (Exodus 20:26) Het duurde even voordat ik begreep wat hier stond. Maar toen viel het kwartje. De priesters droegen kennelijk geen ondergoed in die dagen. Men mag niet naar boven klimmen omdat de vrome gelovigen die beneden blijven staan en naar boven kijken dan wel eens geconfronteerd zouden kunnen worden met het bungelende glockenspiel van de priester in kwestie. Oog in oog met dezelfde eenogige slang die in een ver verleden Eva had verleid om in Adams appeltjes te bijten. Waarom God niet gewoon aan zijn priesters vraagt om inkijk te voorkomen door bijvoorbeeld ondergoed te dragen, blijft onopgehelderd. Eens te meer blijkt dat God vaak liever de toeristische route bewandelt om op de plek van bestemming aan te komen.

De volgende voorschriften betreffen de Rechten der Hebreeuwse slaven. Het verbaasde mij eerlijk gezegd dat die er waren, Hebreeuwse slaven. Maar goed, kennelijk was het een kwestie van vraag en aanbod, want in Exodus 21:2 lezen wij: “Wanneer gij een Hebreeuwse slaaf koopt, zal hij zes jaar dienen, maar in het zevende jaar zal hij om niet als een vrij man.” (Ik weet eigenlijk niet helemaal zeker hoe ik grammaticaal kaas kan maken van deze zin – dat ‘om niet’ staat wat in de weg – maar goed, ik neem aan dat er staat dat Hebreeuwse slaven het zevende jaar vrijuit gaan en niets meekrijgt.)

Als de slaaf alleen gekomen is, zal hij alleen weggaan, als hij gehuwd was, dan zal zijn vrouw met hem meegaan. Maar als vrouw en eventuele kinderen hem tijdens de gevangenschap door zijn heer zijn gegund, dan behoren vrouw en kinderen toe aan zijn heer. De vrijgelaten slaaf zal alleen weggaan. Vrouw en kinderen zal hij moeten achterlaten. Er is echter één manier om vrouw en kinderen niet in de steek te laten, en dat is door zich voor de rest van zijn leven aan zijn heer te binden: “Maar indien de slaaf nadrukkelijk zegt: Ik heb mijn heer, mijn vrouw en mijn kinderen lief, ik wil niet als vrij man weggaan, dan zal zijn heer hem bij de goden brengen, hij zal hem bij de deur of de deurpost brengen, en zijn heer zal zijn oor met een priem doorboren en hij zal hem voor altijd dienen.” (Exodus 21:5-6) Pure chantage. Zeer kwalijk. Door het stof moet men gaan, en wat krijgt men terug? Een priem door het oor.

Los van deze grove schending van de universele rechten van de mens, zal het de oplettende lezer waarschijnlijk zijn opgevallen dat in dit citaat ineens over ‘goden’ wordt gesproken, terwijl God toch duidelijk had gezegd dat hij de enige god was tot wie zijn volgelingen zich mochten richten. (Overigens zegt Jahweh nergens dat er geen andere goden bestaan, Hij zegt enkel dat zijn volgelingen het niet moeten wagen zich ooit, al is het maar even, tot een andere te richten.) In een paar volgende hoofdstukken (‘Voorschriften inzake het eigendom van de naaste’ en ‘Voorschriften inzake gruwelijke zonden’) komen die goden terug. Ik heb het daarom maar even opgezocht. De goden waarover hier gesproken wordt, zijn naar verluidt een vertaling van elohim, waarmee in Hebreeuws inderdaad God wordt aangeduid, maar dat meer betekent dan alleen maar God. Elohim is eigenlijk een meervoudsvorm, waarmee de Hebreeuwse taal wenst duidelijk te maken dat God onbegrensd is. Daarnaast kan elohim ook slaan op hen die God op aarde vertegenwoordigen, in dit geval de priesters. Kortom, de slaaf die zijn heer eeuwige trouw belooft om bij vrouw en kinderen te kunnen blijven, wordt door zijn heer meegenomen naar de priesters om vervolgens bij een of andere deurpost, ik neem aan onder toezicht van die priesters, het oor doorboord te krijgen.

God vertelt nog even hoe iemand moet handelen die zijn dochter als slavin verkoopt, kennelijk redelijk gangbaar in die dagen. Als iemand haar heeft gekocht, en zij blijkt niet te bevallen, dan moet hij haar laten loskopen door iemand uit de eigen gelederen. Hij heeft niet het recht haar te verkopen aan een vreemd volk. Hij mag haar ook aan zijn zoon geven, dan krijgt zij dezelfde rechten als een dochter. En als hij een andere vrouw neemt en haar terzijde schuift, dan moet hij haar blijven voeden en kleden. Als hij deze dingen niet doet, is zij vrij om te gaan en staan waar zij wil.

Volgende keer gaan wij dieper in op de voorschriften inzake het leven van de naaste en zullen wij de beroemde zegswijze ‘oog om oog, tand om tand’ zien langskuieren.

Advertenties

5 Reacties to “BLS 2.10: Glockenspiel”

  1. Je bijbelstukken brengen groot amusement in huize Hoogeboom, Max! Ik zit er voortdurend bij te sniklachen en te grimbekken.
    Ik ben zelf katholiek opgevoed (d.i. dus zonder bijbel) en heb later pas de Statenbijbel gelezen, maar toen was ik al een ongelovige hond geworden. Mij vielen bij het lezen de verschillende discrepanties op tussen de vier versies van het Nieuwe Testament. Maar daar ben je nog niet aan toe.

  2. Molovich said

    Nee, dat duurt nog wel even.

  3. Oud Zeikwijf said

    ik probeer het te lezen maar het lukt niet. de letters dansen en mijn hoofd staat op “weiger.” ik heb een kater jongens. ik probeer het morgen weer.

  4. Oud Zeikwijf said

    Kostelijk.

  5. Mooie verhalen 😉

    er staan heel veel tegenstrijdigheden en naarheden in het Oude testament, en het Nieuwe testament. Vermakelijk hoe je enkele eruitpikt

    Ik heb het begin gemist denk ik, want in Genesis gaat het al mis: Genesis 1 en 2 zijn volmaakt verschillende scheppingsverhalen.

    Genesis 1:27 En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

    (Ziezo. Man en vrouw. En dat gebeurde op de zesde dag)

    Genesis 2:7 En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel.

    (Jaja, nu weten we het wel)

    Genesis 2:20 Zo had Adam genoemd de namen van al het vee, en van het gevogelte des hemels, en van al het gedierte des velds; maar voor den mens vond hij geen hulpe, die als tegen hem over ware.

    (Niet onderdanig genoeg, dat hulpje. Wordt hier nu gerefereerd aan de vrouw die al was geschapen?)

    Genesis 2:22 En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.
    Genesis 2:23 Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is.

    (Kijk. Een onderdanig vrouwtje voor Adam, zoals de Heere het blijkbaar graag ziet?)

    Anyway. Het OT is een droevige verzameling wrede verhalen, het NT een rare verzameling half dezelfde verhalen. De samenhang is ver te zoeken

    Lees het evangelie van Thomas eens, onaangetast door de Kerk. Kwartiertje en je bent er doorheen, ook al is niet alles even doorgrondelijk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: