Avonturen in Ghana

februari 4, 2010

De Heineken Penis Vuvuzela

Omdat ik via een lek had vernomen dat Heineken voor het WK 2010 in Zuid-Afrika bij wijze van promotie-artikel de Penisvuvuzela wenste te introduceren (een instrument dat tegelijkertijd een bij Zoeloes populair blaasinstrument alsmede een peniskoker is), werd ik onlangs benaderd door een marketingmanager van het wereldwijd bekende biermerk met de vraag of ik het wellicht leuk vond om in de ontwikkeling van het kleinood enige rol van betekenis te spelen.

Afijn. Zo kwam het dat ik gisteren in een privéjet van Heineken naar Ghana werd gevlogen om daar een peniskokerfabriekje op te zoeken, nabij Koforidua. De vlucht verliep voorspoedig. Ik landde rond de klok van drieën in Accra.

Op het vliegveld staan een aantal dragers klaar om mij naar een taxistandplaats te dragen. Hoewel taxistandplaats een wat groot woord is. Gewoon een rij auto’s naast een stoeprandloze stoep. Maar het waren wel allemaal gloednieuwe Totyota’s. Dus ik stap in zo’n glimmende Toyota en zeg dat ik naar Koforidua moet.

“Mooie wagen”, zeg ik ten m’n chauffeur die Charles blijkt te heten, “mag zeker wat kosten.” Waarschijnlijk gecarjackt in Europa, denkt ik erachteraan. Maar Charles beweert dat hij de Toyota enkele dagen eerder voor een prikkie heeft gekocht van een man met een Toyota-shirtje aan. Dit was pas z’n derde ritje.

Inmiddels zijn wij bij het eerste het beste kruispunt gekomen. Overduidelijk een druk kruispunt, waar ieder normaal mens vaart zou minderen. Zo niet Charles, die in volle snelheid op het kruispunt afbuldert. “Aaaah”, hoor ik Charles zeggen. Ik kijk naast me. Zie ik Charles in blinde paniek op zijn rem stampen. Maar de wagen vermindert geen enkele vaart. Charles geeft een ruk aan zijn stuur, dendert zo’n stoeprandloze stoep op en rijdt zo’n vijf-en-een-halve Ghanees omver alvorens tot stilstand te komen tegen een groentekraampje van een woedende groenteboer die met zijn wandelstok op de motorkap van de Toyota begint te rammen. Ik kom er zelf vanaf met de schrik en een kleine hoofdwond.

Even later zit ik een beetje verdwaasd tegen een muurtje geleund, waarna ik door iemand iemand wordt meegenomen naar een café om een bordje jollof rice voorgeschoteld te krijgen. Langzaam kom ik weer een beetje onder de mensen. Een dikke, roodverbrande Duitser die naast mij de laatste restjes van een halve haan van de botjes zit te kluiven, vraagt aan mij wat er gebeurd is. Ik vertel hem het verhaal. Wat voor auto was dat, vroeg ie. Een Toyota, zeg ik. Hij had al zoiets gehoord. Dat Toyota gaspedaalproblemen had. De afgekeurde partij is hier naartoe verscheept. De Duitser moet hard lachen. Ik ben nog iets te veel in choque om er wat van te zeggen.

Ettelijke biertjes later, wandel ik door de straten van Accra op zoek naar vervoer richting Koforidua. Maar eerst nog een biertje, denk ik als ik een café binnen kom dat er van buiten vrij gezellig uit ziet. Van binnen ook trouwens. Alleen wordt ik aangestaard door zo’n dertig zwijgende Ghanezen. Wat je moet doen in zo’n situatie is meteen op de grootste van het stel afstappen om die een klap voor z’n kanis te geven. Dat deed ik evenwel niet. Ik liep naar de bar en bestelde een biertje, dat ik ook daadwerkelijk kreeg. Zoals het hoort.

Ik zit daar zo een beetje aan m’n biertje te lurken, hoor ik naast me iemand ‘hai’ zeggen. Ik kijk naast me. Komt er uit de duisternis en een wolk sigarettenrook zowaar een blank hoofd te voorschijn dat er precies zo uitziet als Giel Beelen. Dus ik zeg tegen die blanke: “Goddamnit. You look like two dripps of water like a radio disc jockey from Holland.”
“Je bedoelt Giel Beelen zeker”, zegt die vent.
“Ja”, zeg ik, “dat is je dus al vaker verteld.”
Zegt-ie: “Ik ben een volle neef van ‘m.”
Zeg ik: “Nou breekt m’n klomp.”
(Niet dat ik klompen aan had. Maar ik zag de volle neef van Giel Beelen toch even naar m’n voeten kijken. Onwillekeurig waarschijnlijk. Dat zijn van die dingen die sterker zijn dan jezelf.)
En zo komen wij aan de praat over Giel Beelen. Blijkt dat dus een ontzettende lul van een vent te zijn. “Een volbloed klootzak”, aldus zijn neef. Weet familiefeestjes altijd te versjteren.
“Ken je dat verhaal”, zegt de neef van Giel Beelen, “dat Giel zich tijdens een radio-uitzending liet pijpen door een hoer.”
Ja, dat verhaal kende ik wel. “Nou”, zegt-ie, “dat heeft ie ook op het kinderfeestje van het zoontje van mijn zus geflikt.”
“Wat bedoel je”, vraag ik.
“Zoals ik het zeg”, zegt de neef van Giel Beelen. “Hij had mijn zus beloofd te dj’en op dat kinderfeestje. Heeft ie een of andere bimbo meegenomen. Giel begint met draaien. Mijn zus is met hapjes bezig. Na een half uur is die bimbo verdwenen. Had er zeker geen zin meer in, denkt mijn zus. Hoe onbeleefd. Maar ineens hoort ze dat Giel niet meer zo bij de les is. De nummers sluiten niet meer naadloos op elkaar aan. Er vallen witruimtes. Echt, slordig dj-werk. Niks voor Giel. Zij kijkt naar Giel. Zit Giel daar een beetje met zijn ogen dicht te kreunen dat het een aard heeft. Mijn zus denkt. Waar the fuck is die mee bezig, maar laat het verder zo. Ze heeft nu eenmaal een rare neef. Die jongen heeft soms aparte manieren om zich in te leven. Het was al aardig dat ie tijd vrijnam om voor z’n kleine neefje te komen dj’en. Maar dan, midden in Waanzinnig Gedroom van Kinderen voor Kinderen, laat Giel een oerschreeuw horen. En wat denk je?”
Ik durf niks te zeggen. De neef van Giel Beelen gaat verder: “Een seconde later komt die bimbo boven de draaitafel vandaan. Heel d’r gezicht onder het zaad van Giel Beelen, de bekende radio-dj. En lachen dat ie deed. Acht jaar werd m’n neefje die dag. Zoiets doe je toch niet?”
De zus van de neef van Giel Beelen had haar dj’ende neef op z’n gedrag aangesproken. Maar die zag het probleem niet. Hij had z’n schouders opgehaald. “Moet toch kunnen”, zei hij steeds. “Moet toch kunnen.”

Toen de neef van Giel Beelen dat verhaal van zijn zus hoorde, besloot hij dat Nederland te klein was voor hem en voor zijn neef. Hij pakte zijn spullen en vertrok naar Ghana. Waar hij zijn dagen laat vervagen in een permante walm van wiet. Wij praten nog wat over koetjes en kalfjes, waarna ik weer verder ga om een tro-tro op te zoeken waarmee ik naar Koforidua kan. De rest van de avond is verdwenen in alcoholnevelen.

Dit verhaal verscheen eerder op Twitter, hét medium voor de maatschappelijk mislukten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: