Vuilnis

januari 6, 2010

De Kolenkitbuurt in de schemering
(Foto: Coen de Rijk)

Ik ging de vuilnis buiten zetten. Hoe lang zou dat nog moeten? De dag ervoor had ik Wintergasten gezien waarin uitvinder Ray Kurzweil zijn toekomstvisie uit de doeken deed. Omdat de technologische ontwikkelingen exponentieel groeien, valt het voor een eenvoudig mens als u en ik niet voor te stellen hoe het leven er over dertig jaar uitziet.

Kurzweil was van mening dat de dood een tragisch fenomeen is dat overwonnen moest worden. De dood was een onacceptabel verlies van kennis en creatieve mogelijkheden. Er had een nog iets scherpere geest dan interviewer Raoul Heertje tegenover moeten zitten om werkelijk in te gaan op de filosofische vraagstukken des levens. Zo is het idee dat de dood het leven zinvol maakt volgens Kurzweil een menselijke rationalisatie om de dood acceptabel te maken. Zoals religieuzen geloven dat er leven na de dood is. Het leven is zinvol, vindt Kurzweil, de dood is dat niet. De dood zorgt er enkel voor dat iets wat zinvol is wordt afgekapt.

Ik had ook graag antwoord op praktische vragen willen hebben. Wat doen we met al die mensen die er steeds maar weer bijkomen zonder ooit weg te vallen. (De mens zal zich over het heelal moeten verspreiden, zou Kurzweil hebben geantwoord.) Hoe financier je dat? (Door het heelal te exploiteren, vermoed ik dat hij zou zeggen.) Waarom verlangen sommige mensen naar de dood? (Omdat de techniek nog niet ver genoeg is om dat verlangen weg te nemen, zou een antwoord kunnen zijn.) Kurzweil had overal antwoord op. Hij had er goed over nagedacht.

Ik mocht ‘m graag. Mensen staan altijd wantrouwend tegenover de toekomst en al die onbegrijpelijke nieuwe technologieën. Kurzweil niet. Hij ontkende de gevaren niet, maar hij weet dat vooruitgang niet te stoppen is en dat je ‘m daarom moet omarmen. Ook om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk misbruik van wordt gemaakt. Hij liet een stukje over de Unabomber zien. Iemand die tegen de voortschrijdende technologie was omdat de voortschrijdende technologie de mensheid in gevaar zou brengen. Hij meende mensen te moeten opblazen om zijn dat proces te stoppen. “Een hobby”, zo noemde de Unabomber het zelf, waar hij “graag mee zou stoppen.” Hij beloofde te stoppen met moorden als The New York Times en The Washington Post zijn 40.000 woorden tellend essay af zouden drukken. Uiteindelijk gingen deze kranten, onder druk van de FBI, overstag.

Ik liep de trappen af en mijn gedachten gingen naar Culemborg. Een Moluks meisje van 15 had gezien hoe een auto in brand werd gestoken en had 112 gebeld. Zij had een van de daders herkend en de dader had haar herkend. Het volgende moment kreeg ze een baksteen naar haar hoofd en weer wat later reed er een auto op haar in. Ze was net aan de dood ontkomen. Later die avond zag ik het meisje in NOVA. Ze had meer ballen dan ik ooit zou hebben. Ze hield zich groot, maar aan het eind vloeiden toch wat tranen omdat ze voor haar leven vreesde. Het was hartverscheurend. Bij Twan Huys in de studio zat weer een of andere vertegenwoordiger van de Marokkaanse gemeenschap die het tevens hartverscheurend vond maar die daarnaast wilde benadrukken dat er ook drie Marokkanen in het ziekenhuis lagen. Iets deed mij vermoeden dat dit geen 15-jarige meisjes waren die hun burgerplicht hadden gedaan.

Lang geleden werd mij verteld dat je nooit ruzie moest zoeken met Marokkanen want ze halen heel hun familie erbij. Ga niet in op provocaties van kleine ettertjes want voor je het weet staan er vier broers en achttien neven bij je op de stoep. Ergens las ik dat de vader van het meisje weigerde te wijken voor terreur. Hij peinsde er niet over om te vertrekken. Dapper, maar ik hoop maar dat het niet te dapper is. Er was toch al twee keer een aanslag op het leven van zijn dochter gepleegd. Moge de Molukse gemeenschap haar kunnen beschermen, want van haar overheid hoeft ze niet zoveel te verwachten, vrees ik.

Daar dacht ik aan toen ik de deur uitstapte. Ik keek naar links. Onder het viaduct waarachter zich de Kolenkitbuurt bevindt (naar het schijnt de slechtste buurt van Nederland) zag ik een stuk of acht silhouetten. De manier van lopen, de gebogen ruggen, de handen in de zakken, ongetwijfeld Marokkaanse randgroepjongeren met enorme families. Voor je uit blijven kijken. Ik stapte op een betonnen verkeersdrempel met gele strepen en merkte hoe mijn rechterbeen onder mijn reet vandaan vloog. IJzel. Ik hing even in de lucht en belandde op de rechterkant van mijn onderrug. Op een essentieel onderdeel van mijn heup. Het ilium om precies te zijn. Achter me hoorde ik acht randgroepjongeren in de lach schieten. Eén hoge lach er schel bovenuit. Die wilde wel heel duidelijk laten merken hoe grappig hij het vond. Ik stond zo snel mogelijk op. De schaamte en de pijn waren ongeveer even groot. Met mijn rechterbeen trekkend liep ik naar de container. Ik deed de vuilnis erin en liep zo normaal mogelijk weer terug. De randgroepjongeren lachten nog steeds toen ik hun weg kruiste. Ik keek ze vluchtig aan. Een beetje nonchalant. Alsof ik toevallig naar rechts keek. “Mooie landing meneer”, zei een van hen. “Dank je”, zei ik. “U moet acteur worden”, zei een ander. “Stuntman”, zei ik. Ik wist niks anders te zeggen. Vlak voor mijn deur gleed ik bijna weer uit. Daar was die hoge lach weer. Als van een keukenmeid.

Advertenties

3 Reacties to “Vuilnis”

  1. Koert Wijl said

    Brrrrr, man, die sfeer, je reinste Bonfire of the vanities, 1 afslag te laat ingeslagen en een andere unheimliche wereld, werd d’r nog een dooie hond je achtena geworpen?

  2. ………………en daarna de ouders van dat meisje bij P&W. Machteloos, woedend, radeloos.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: