Sint Nikolaas Triptiek, aflevering 3: De tastbare God

december 4, 2009

Marx en Engels als respectievelijk Sinterklaas en Zwarte Piet.
Zelfs als Karl Marx in het Duits begint te vertellen dat Sinterklaas een misselijke truc van de bovenklasse is om de onderklasse onder de duim te houden en dat Sinterklaas opium voor het kind is, heeft zijn Zaltbommelse nichtje nog niet door bij wie ze nu werkelijk op schoot zit.

Morgen is het 6 december, de dag dat de Goedheiligman in het jaar 342 zijn laatste adem uitblies. Dat hij het, ondanks zijn dood precies 1667 jaar geleden, elk jaar voor elkaar krijgt om naar hier te komen, mag gerust een Godswonder heten. Vandaar dat ik vandaag (nadat eerder de Pieterbaas aan de beurt was en de manier waarop Sinterklaas arme kinderen in de grijpgrage klauwen van de misdaad drijft) aandacht wil besteden aan de religieuze aspecten van het Sinterklaasfeest.

Volgens een semi-Vlaamse vriend van mij is het Sinterklaasfeest bedoeld om kinderen te leren dat zelfs je ouders, de mensen die jou op aarde hebben gezet en die je automatisch als onfeilbaar acht en voor honderd procent vertrouwt, dat zelfs zij in staat zijn om jou jarenlang te belazeren waar je bij staat. Op die manier bereidt het Sinterklaasfeest je voor op de keiharde alledaagse werkelijkheid waarin het draait om bedriegen of bedrogen worden. Een sterk punt. En het klopt natuurlijk ook, maar het is meer een onbedoeld neveneffect van het Sinterklaasfeest. Volgens mij moet je dit kinderfestijn vooral zien als een oefening in geloof, ter voorbereiding op het echte werk.

Tijdens mijn research voor deze serie artikelen sprak ik met J., een goede vriend van mij. Uit de overlevering weet J. dat zijn ouders elk jaar hun bejaarde buurman vroegen om de Zak van Sinterklaas voor de deur te zetten en hard op de deur te kloppen. Met het jaar werd de buurman echter slechter ter been. Het onvermijdelijke gevolg was dat hij zich op een dag nog maar halverwege de oprit bevond toen J. en zijn broer reeds de deur opengooiden om te zien hoe groot de zak met cadeautjes was. De arme buurman vreesde dat het uitbundige kindergejoel om zou slaan in ontsteltenis doordat zijn aanwezigheid daar op de oprijlaan het naïeve kindergeloof de kop had ingedrukt. Maar J. en zijn broer hadden enkel oog voor de zak met cadeautjes. Door de enorme beloning die voor voor hun neus stond en vooral dankzij hun onverwoestbare wens dat er daadwerkelijk iemand als Sinterklaas bestond, waren zij blind geworden voor de magieloze realiteit. Misschien zagen zij hun oude buurman wel, maar dat hij het was die de cadeautjes daar had neergezet, kwam eenvoudigweg niet in hen op.

Het geloof in Sinterklaas is die eerste jaren zo onverwoestbaar omdat het allemaal te mooi is om niet te geloven. Zelf heb ik me altijd verbaasd over de enorme gaten die in dat hele Sinterklaasgebeuren zaten zonder dat ik het door had. Elk jaar vierden wij pakjesavond bij mijn oma. Elk jaar, terwijl wij uit volle borst aan het zingen waren, zei oom Joost op een gegeven moment dat hij heel nodig naar de wc moest. “Maar Joost”, zeiden de volwassenen aanwezigen dan, “straks mis je de komst van Sinterklaas nog.” “Maar ik hou het niet meer”, zei oom Joost dan, “ik zorg ervoor dat ik snel terug ben.” “Ga dan maar gauw”, zei mijn opa. Waarna oom Joost richting wc rende. En je zult het altijd zien: oom Joost had nog maar net de wc-deur achter zich dichtgetrokken of er werd op de kamerdeur gebonkt en de pepernoten vlogen ons om de oren. Als wij even later de Zak van Sinterklaas naar binnen brachten, klonk het vrolijke geluid van de wc die doorgetrokken werd. Oom Joost kwam de kamer binnen terwijl hij zijn gulp dicht deed en tevergeefs wat spetters van zijn broek veegde. “Heb ik wat gemist?”, vroeg hij dan.

Dat ik ’s ochtends keek naar de intocht van Sinterklaas en dat hij diezelfde middag, nog geen uur nadat ik de televisie had uitgezet, tijd had gezien om vanuit Kampen naar ons nederige dorpje te komen, het verbaasde me geenszins. De man was immers niet geheel van deze wereld. Van iedereen die ik vroeg hoe oud Sinterklaas precies was, kreeg ik een ander antwoord, variërend van 270 tot pak ‘m beet 800 jaar. Ik nam maar aan dat dit een ouderdomsdingetje was. Vrouwen van rond de veertig mocht je ook nooit naar hun leeftijd vragen. Volgens mijn Guinness Book of Records was de oudste persoon die op dat moment leefde de Japanner Shigechiyo Izumi, die de gezegende leeftijd had bereikt van 120 jaar. Respectabel natuurlijk, maar het haalde het niet bij de minstens 270 van de Goedheiligman. Dat Shigechiyo Izumi in het Guinness Book of Records stond in plaats van Sinterklaas, kon dus alleen maar betekenen dat laatst genoemde niet helemaal mens was. Daar kwam nog eens bij dat hij alles over je wist. Stond in z’n Grote Boek. En naar mijn weten was er maar één ander die alles van mij wist en dat was God. Niet dat ik religieus ben opgevoed, maar dat wist ik nog net wel.

Als Sinterklaas, zoals zijn gigantische ouderdom mij leerde, niet helemaal van deze wereld was en als Sinterklaas bovendien net als God alles wist van iedereen, dan vond ik het niet zo vreemd dat hij net als God ook overal tegelijkertijd aanwezig kon zijn. Het maakte het mysterie alleen maar groter. En hoe groter het mysterie, hoe sterker het geloof. Juist hij die geen vragen stelt bij de onmogelijkheid dat Jezus niet alleen de Zoon is van Zijn Moeder maar ook nog eens Zijn Eigen Vader, en er in berust dat dit niet te verklaren is, mag zichzelf een Christen noemen. Juist aardse tegenstrijdigheden versterken het geloof in het onverklaarbare. Er is er maar één die alles begrijpt en dat is God. En in het geval van mijn jongere ik dus Sinterklaas.

Wat Sinterklaas op God voor heeft is dat je hem kunt zien. Het is een tastbare God. Je kunt bij ‘m op schoot zitten. Het is een God die begrijpelijk is gemaakt voor kinderen. Wat eveneens voor hem spreekt is dat zijn beloningen al net zo tastbaar zijn, dit in tegenstelling tot die abstracte hemel. De straf die hij voor je in petto heeft als je niet voldoet aan Zijn eisen, is ook te begrijpen. Of je krijgt met de roe, en als je het heel bont hebt gemaakt, word je in de zak gestopt en meegenomen naar Spanje. Je hebt zoete en je hebt stoute kinderen. Welke geboden je moet opvolgen om als zoet in het Grote Boek opgenomen te worden, moet je zelf maar zien uit te vogelen. Eert uw vader en uw moeder lijkt de belangrijkste te zijn.

Dat je zo rond je zevende of achtste (of elfde in mijn geval) tot de ontdekking komt dat Sinterklaas niet echt bestaat en dat het je ouders, opvoeders en tegenwoordig Albert Hein waren die de cadeautjes voor je kochten en in je schoen deden, doet niets af aan het feit dat je geleerd hebt dat het loont om in Hem te geloven, Hem te vrezen en Hem voor het slapen te eren met vroom gezang. En met het offeren van een wortel voor Zijn Paard. Sinterklaas is een oefening in vroomheid.

Wil ik u, tot slot van deze driedelige wetenschappelijke serie zware kost, graag uitnodigen voor een luchtig Sinterklaasverhaal van de niet genoeg te prijzen Oxysept, over wat hem vandaag precies zes jaar geleden overkwam. Zie het als toefje slagroom op een betonnen taart: Met je knecht.

Advertenties

2 Reacties to “Sint Nikolaas Triptiek, aflevering 3: De tastbare God”

  1. Oxysept said

    Noem het maar luchtig!
    Ik sta nog steeds te shaken!
    En dan heb ik het niet over cocktails!

  2. Molovich said

    Wellicht wat aardschokken in Utreg?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: