Opgehemeld, Ramses Shaffy

december 3, 2009

Ramses

Zoals dat tegenwoordig gebruikelijk is bij het overlijden van bekende Nederlanders, werd de wereld afgelopen dinsdag even stopgezet en ruimden alle programma’s op de Nederlandse televisie ruimte in om Ramses Shaffy te bewieroken.

In RTL Boulevard hadden Winston Gerschtanowitz en Albert Verlinde hun meest integere gezicht opgezet. Albert gaf Youp van ’t Hek nog een uitbrander, omdat deze een paar weken geleden in zijn wekelijkse column in NRC zich badinerend had uitgelaten over een eerbetoon aan Ramses Shaffy. Albert Verlinde zei dat hij het er eigenlijk niet over wilde hebben, omdat het te walgelijk voor woorden was. Waarom hij het er dan toch over had, werd niet duidelijk. Waarschijnlijk had het weer iets te maken met zijn behoefte zichzelf immer langs de kijk-mij-eens-deugen-meetlat te leggen.

In De Wereld Draait Door gaven lieden als Beau van Erven Dorens, Job Cohen, Claudia de Brei, Harry Mulisch, Thijs van Leer, Bløf en de onvermijdelijke Martin Simek blijk van hun onbegrensde liefde voor de overledene. Martin Simek gaf les in Ramses Shaffy. Hij diste maar weer eens zo’n smakelijke anekdote op waarin hij zelf de perplexe buitenlander speelde die niet begrijpt waar hij nou weer is beland maar zich desondanks laat meevoeren. Hoe hij ooit in een café zat waar Ramses binnenkwam om wodka’s naar binnen te slaan en luidkeels om sigaretten te vragen, waarna hij weer even wervelend en luidruchtig uit de zaak vertrok. En Martin Simek wist eindelijk wat ‘vraihaid’ was.

Bij Nova zat een hartsvriendin van Ramses Shaffy. Je zag Twan Huys naar haar kijken: had onze redactie echt niet iemand van wat meer statuur kunnen regelen? Helaas niet, want die waren allemaal al bij De Wereld Draait Door geweest. En Liesbeth List had wijselijk besloten die dag buiten de openbaarheid te blijven. Dus moest Twan nu met een half oor luisteren naar die hartsvriendin van Ramses die vertelde hoe vrij en gelukkig ze in de jaren ’70 waren geweest. En weer zagen we Ramses op archiefbeeld hysterisch gillen dat hij Nederlander was geworden.

God verhoede dat ik me een vriend van Ramses Shaffy zou noemen, al heb ik hem gekend.
De eerste keer dat ik hem ontmoette was in een café op de Vijzelgracht, vlak bij het Weteringcircuit. Hij werd ondersteund door een vriendin. Achter hen liep een mannetje dat, zo vernam ik later, zijn uit Duitsland afkomstige impresario was.

Met struikelende tong blafte Ramses om een wodka. Hij had springerig grijs haar en een morsig stoppelbaardje. Hij had een ribfluwelen jasje aan dat vol met kwijlvlekken zat. Hij liet zich naar de piano brengen, nam plaats op de pianokruk, sloeg een paar melancholische tonen aan en kermde, luid doch nauwelijks verstaanbaar, ‘Het is stil in Amsterdam’.

Toen bleek dat er in het café mensen waren die in de veronderstelling verkeerden dat ze gewoon konden blijven doorpraten, staakte Ramses zijn spel en schreeuwde ‘Stilte!’ door de zaak. Het werd stil. Met de argwaan nog in de ogen draaide Ramses zich om en ging verder met zijn spel. Toen hij een klein kwartier aan het spelen was, en inmiddels ook onverstaanbare versies van Laat Me en Sammy ten gehore had gebracht (elk nummer werd met luid applaus van de vriendin afgesloten, elk applaus werd door Ramses met een gelukzalige glimlach in ontvangst genomen), waagden een aantal mensen het weer om voorzichtig een gesprekje te beginnen. Dit tot groot ongenoegen van de impresario, die met Duitse tongval ‘Stielte, Ramses sjpeelt’ schreeuwde.

Later die middag raakte ik aan de praat met Ramses. Hij vond mij maar een lapzwans die niet durfde te leven. Een half jaar later vertelde een vriendin die voor een of ander jeugdhonk werkte dat ze voor een stel probleemjongeren een themaweek had bedacht die Mens durf te leven heette, over de kunst van het levensgenieten. Het leek die vriendin van mij aardig om die jongeren met Ramses in contact te brengen, de mens die Mens Durf te Leven had verzonnen groot gemaakt. Of ik hem niet een balletje kon opgooien. (Ik had mijn middagje met Ramses in mijn vriendenkring kennelijk wat aangedikt.)

Zo kwam het dat ik Ramses probeerde te bereiken in het Sarphatihuis, waar hij zijn dagen sleet. Met een verveeld ‘hallo’ nam hij op. Hij wist absoluut niet meer wie ik was en zei dat hij voor 8000 euro bereid was om voor die kinderen te spelen. Toen ik zei dat het dan niet door ging, maakte hij er 4000 van. Uiteindelijk kon ik afronden op 200 euro voor vier liedjes op de piano en een half uurtje anekdotes over Joop Admiraal en Liesbeth List.

Op de bewuste dag kwam Ramses veel te laat aankakken, naar eigen zeggen omdat er een duif in zijn oog was gevlogen. Hij raffelde vier keer hetzelfde nummer af (Mens Durf Te Leven), hield een onsamenhangend verhaal over dat Liesbeth List zich ooit met honing had laten insmeren en dat Joop Admiraal er zand overheen gooide, waarna ze met z’n drieën naar Artis gingen om voor de gibbons te dansen. Onderwijl schonk hij zichzelf de ene na de andere wodka in.

Enfin. Ik was er klaar mee. Ik heb honderd euro op een tafeltje gelegd en ben weggegaan. Toen ik ‘m later achter z’n rollator op de Roeterstraat tegenkwam begon hij als een bezetene naar me te schreeuwen. Dat ik zijn goede naam misbruikt had. Says who, mister, antwoordde ik. Ramses bedacht zich geen moment en vloog me aan. Jammer voor hem was ik wat sneller, zodat Ramses in de struiken belandde. Ik heb ‘m toen maar omhoog geholpen. Dat weigerde hij aanvankelijk, maar toen hij begreep dat het hem zelf niet zou lukken, accepteerde hij mijn hand. Sindsdien keek hij snel de andere kant op als ik ‘m weer eens tegenkwam.

Advertenties

12 Reacties to “Opgehemeld, Ramses Shaffy”

  1. Horst said

    Bij de lezersreacties bij Sargasso stond ook al een verhaal over de buurtterreur van Ramses: http://sargasso.nl/archief/2009/12/01/ramses-shaffy-76-overleden/ .

    Zelf was ik enige jaren geleden op een afstudeerborrel die gehouden werd in één van de beste kroegen van Amsterdam, het nimmer genoeg geprezen Eik en Linde (waar, dat moet gezegd worden, op zaterdagmiddag het schrikbewind van Julius Vischjager heefst, waardoor het soms niet één van de beste kroegen van Amsterdam is). Na enige tijd herkenden de genodigden het hoopje mens aan de bar als Ramses. De rest van de avond was het gezelschap uit elkaar geslagen en stonden vooral de jonge aantrekkelijke meisjes om Ramses heen in de hoop dat ze nog een verstaanbaar woord konden opvangen, en te dromen hoe ze de rest van hun leven konden vertellen dat ze met de grote Shaffy gesproken hadden. De afgestudeerde werd gedegradeerd tot een figurant in de marge. Toen om 1 uur de kroeg sloot bleef er één man achter, die aan de bar door bleef roken. Men was verrukt.

  2. Molovich said

    Enige jaren of enige maanden geleden? Afstudeerborrel van MeneerTim zeker?

  3. Horst said

    Neenee, daar was ik niet voor uitgenodigd (al heb ik hem wel die kroeg getipt, zo is het dan ook wel weer).

    Eigenlijk heb ik MeneerTim niet meer gezien sinds mijn eigen afstudeerborrel. Wellichr krijgt de lezer daardoor het idee dat MeneerTim tot een fase van mijn leven behoort die ik al een tijd heb afgesloten, maar dat zou ik ook weer niet zo hard willen stellen. Het is gewoon zo gelopen, en soms kan je pas jaren later snappen waarom dat zo geweest is. Soms ook helemaal niet, trouwens.

  4. Ik woon niet in de stad. Ik ken niet één Bekende Nederlander, maar dat heeft als voordeel dat Zij mij ook niet kennen. Ik weet zelfs niet wie Albert Verlinde is. Ik lees hier en daar wel eens iets over hem, maar daar blijkt steeds weer uit dat A.V. een schijnheilige lul is, dus ik ga ook geen moeite doen om bijvoorbeeld via Google Images te weten te komen hoe hij er uit ziet.
    Mijn vader zei, toen Shaffy op de televisie was met ‘Sammy’: ‘Jezus, wat een muzak!’ Ik was het ditmaal eens geheel eens met mijn vader.
    Max, je hebt weer een geweldig stuk geschreven!

  5. Horst said

    Maar de kernvraag blijft natuurlijk: Max, dúrf je te leven?

  6. Jay said

    Weet je, tussen die liedjes vind ik echt wel een paar pareltjes zitten, maar de hype rond en de aanbidding van Shaffy (ook voor zijn dood) doet mijn tenen zo ver krommen dat ik mijn reet ermee kan afvegen.

  7. assyma said

    Zielig stuk.
    Het was in mijn ogen een man, die een beetje de weg kwijt was. Die teerde op roem van lang geleden.
    Ach, je moet een mens wat gunnen. Dat heel televisieland zijn dood uitmelkt, hoeft voor jou nog geen reden te zijn om zo smalend te schrijven.

  8. […] Opgehemeld, Ramses Shaffy […]

  9. Paul said

    Toch is je verhaal zo goed dat het wel waar MOET zijn.

  10. Spencer Brandsen said

    Ik heb Ramses vrij goed gekend, goed genoeg om een kanttekening te kunnen plaatsen bij het eenzijdige beeld dat hierboven van hem wordt geschetst. Zeker, Ramses dronk te veel en te vaak wodka, en daardoor kwam hij wel eens te laat of wist niet meer wat hij afgesproken had of wat hij moest spelen. Tevens maakte de drank hem geregeld overmoedig en dan begon hij dictatoriale trekjes te vertonen. Maar daar staat onder andere tegenover dat hij bijzonder goed met kinderen om kon gaan. Verscheidene keren heb ik sprakeloos toegekeken hoe Ramses de kinderen aanhaalde, knuffelde, aaide en lieve woordjes toefluisterde. Hij streelde hun haren, legde een hand beschermend tegen een wang en ze mochten net zo lang op z’n schoot blijven zitten als ze zelf wilden. Ook met honden was hij erg goed.

  11. Scheisse said

    @Spencer Brandsen: Weet je zeker dat je het niet over Michael Jackson hebt?

  12. Spencer Brandsen said

    Ja. Als ik het over Michael Jackson had gehad had ik wel Michael Jackson getypt op de plekken waar nu Ramses staat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: