Het dédain van Désanne

oktober 8, 2009

Desanne van Brederode 5

Désanne van Brederode zat met haar man (Arjan Peters) en zoontje te eten op het terras van café Nassau. Het zag er vredig uit, op deze gezegende zomeravond ergens in juli van dit jaar. Terwijl vader en zoon een toetje aan het eten waren, rookte Désanne van Brederode een sigaret. Ze moest lachen om een grapje van haar zoon en ze aaide over zijn hoofd. Ik had op slag spijt van mijn stukje Waarom ik Désanne van Brederode haat vrij ergeniswekkend vind. Waarom had ik deze lieve rokende moeder zo hard aangepakt?

Maar na het lezen van haar essay Alles onder controle op De Volkskrant is alle sympathie weer in één klap verdwenen. Het dédain waarmee zij op het overgrote merendeel van de mensheid neerkijkt, schokt mij keer op keer. Zoals Wilders walgt van de linkse elite, zo walt Désanne van Brederode van iedereen die niet tot die elite behoort. Ze is Wilders fotonegatief. De andere kant van dezelfde medaille.

Het punt dat ze wil maken, is overigens niet eens zo verkeerd. Ze wil duidelijk maken dat teveel mensen tegenwoordig teveel eisen stellen aan het leven. Maar de manier waarop ze haar punt maakt, getuigt van zoveel minachting dat het te duiden punt er niet meer toe doet. Los van het feit dat het verhaal alle kanten op springt en nergens echt duidelijk wil worden.

Désanne van Brederode begint met een kleine observatie. Ze leest nogal eens overlijdensadvertenties en het valt haar op dat mensen die oud sterven op een bescheiden manier worden herdacht, en mensen die jong sterven heel vaak op een uitbundige manier. Om haar observatie te staven, komt Désanne van Brederode met het voorbeeld van de op 57-jarige leeftijd gestorven ‘Manager Bernard’. Bernie voor zijn kinderen, Beertje voor zijn tweede vrouw, Beestemans voor zijn zeil- en pokervrienden, Def B. alias de Boeddha voor zijn sigaarrokende rapvrienden. Ah, weet de lezer dan, Désanne van Brederode denkt ons te kunnen overtuigen door gebruik te maken van een hyperbool. Ze bedoelt het allemaal sarcastisch. Waarschijnlijk mag dit niet volgens het boekje van Van Brederode.

En inderdaad, het mag niet. Want wat lezen wij vervolgens: “Natuurlijk is Bernard veel te vroeg van uit het leven weggerukt, maar hij heeft er wel iets van gemáákt – en hoe! Dat mag, nee, moet iedereen weten. (En iedereen die tussen de regels door kan lezen, ziet dat de dode nergens echt in uitblonk, maar dat is een ander verhaal.)” Dit is inderdaad een heel ander verhaal. Waarom Désanne van Brederode dat dan toch wil aanstippen, is ons niet meteen geheel duidelijk. Of zou het helemaal geen ‘ander verhaal’ zijn, maar is het juist een essentieel onderdeel van het verhaal.

Later zou inderdaad blijken dat het een essentieel onderdeel van het verhaal is. Maar eerst moet Désanne van Brederode nog even vrouwen met erfelijke borstkanker de mantel uitvegen die het in hun hoofd halen om in de media vertellen over de dillemma’s waarvoor ze komen te staan nu ze, met behulp van de hedendaagse wetenschap, eventuele dochters voor een zelfde lot kunnen behoeden.

Van Brederode: “Dat de erfelijk belaste vrouwen ook voor hun vijftigste onder een vrachtwagen kunnen komen, door een hersentumor geveld kunnen worden, of getroffen kunnen worden door een progressieve spierziekte, lijkt noch bij henzelf, noch bij artsen en interviewers op te komen. Hun tunnelvisie maakt dat de vrouwen geloven dat hun leven pas kan beginnen als de angst voor borstkanker is verdwenen, als ze zeker weten dat ze honderd procent veilig zijn. En die garantie bestaat niet.”

Wat vrouwen met erfelijke borstkanker te maken hebben met voornoemde manager Bernard is tot dan toe een raadsel. Maar in de volgende alinea blijkt dat beiden het leven op dezelfde manier bekijken, namelijk als een ‘ding’. Zoals het ene jongetje zijn nieuwe Zwitserse zakmes meteen gaat gebruiken en het andere jongetje een zelfde Zwitsers zakmes juist niet gebruikt om het zo mooi mogelijk te houden. “Maar het leven is geen ding”, zegt Désanne van Brederode streng.

Vervolgens gaat Désanne van Brederode eventjes in op het taboe dat rust op een saai leven. Via een onnavolgbaar bruggetje belandt ze bij big brother die, via databases van overheden, supermarkten, commerciële dienstverleners en onderzoeksbureaus, ons leven onder controle probeert te krijgen. Ze hekelt het rookbeleid. En ze hekelt de mensen die dat rookbeleid bekritiseren terwijl ze wel eisen dat de overheid iets aan overgewicht doet.

Deze vrij warrige alinea’s vormen de opmaat voor Désanne van Brederode om de volgende doorn met de nodige omslachtigheid uit haar oog te trekken: de creativiteit die iedereen tegenwoordig maar denkt te bezitten. Ik citeer maar weer even:

“Door creativiteit op te voeren als tegenhanger van controlezucht, en als heilzaam tegengif, wordt verdoezeld dat werkelijk creatieve mensen, in casu kunstenaars, vaak meer discipline aan de dag leggen dan de gemiddelde ‘loonslaaf’, die best wil overwerken als daar een extra beloning of promotiekansen tegenover staan, maar zich nog nooit in zijn leven ook maar één dag heeft ingespannen ‘om niet’ – of uitsluitend om iets wat misschien al goed was, tot in details te perfectioneren. Een kunstenaar werkt niet om te leven, maar leeft om te werken.”

Een warrig opgebouwde zin, maar wat ze er mee wil zeggen is duidelijk. De gemiddelde loonslaaf is lui tot op het bot, tenzij er een bonusje tegenover staat. Dan wenst meneer desgevraagd iets meer te doen dan strikt noodzakelijk. In welk een schril contrast dit staat met de nobele kunstenaar die geen persoonlijke winst nastreeft, maar louter schoonheid! Wat een minachting toch weer voor het werkend deel van de samenleving. Uit elk stuk dat Van Brederode schrijft, blijkt hoezeer ze schijt op gewone stervelingen als u en ik. Op mensen die zo goed en zo kwaad als het kan het leven zo draaglijk mogelijk proberen te maken. Het is niet eens zozeer dat ik het volledig met haar oneens ben. Ik kan me ook storen aan mensen die in het ‘nu’ leven, die menen dat je alleen spijt krijgt van de dingen die je niet doet, die na een cursusje aquarellen meteen denken de nieuwe Picasso te zijn. Dat Désanne van Brederode op een aantal punten de vinger op de zere plek weet te leggen, daar gaat het me ook niet om. Het gaat me om de vanzelfsprekende manier waarop Désanne van Brederode zichzelf in het juiste kamp plaatst, en het overgrote merendeel van de rest van de mensheid in het verkeerde kamp dat, als het aan Désanne van Brederode ligt, liever vandaag dan morgen gemuilkorfd en aan kettingen gelegd wordt. Het prinsesje wil rust.

Advertenties

3 Reacties to “Het dédain van Désanne”

  1. Oorsnuit said

    Hey, dit riekt naar o.u.d, Molo: druk?

  2. Molovich said

    Ik zie het meer als een v.e.r.v.o.l.g.

  3. bram said

    Déseanne is een heel lieve en heel leuke vrouw, laten we dat voorop stellen, maar helaas wel een met een neusje voor het voortdurend maken van ongelukkige keuzes (neem bijvoorbeeld haar partnerkeuze). Ook qua standpunten. Dat houdt haar leven wel enerverend en dat vindt ze in haar hart heerlijk; haar levensdrift is te leven in twijfel en alles constant toetsen (ze heeft filosofie gestudeerd, hè). Met het maken van zoveel ongelukkige keuzes voed je die moeiteloos : hoe heb ik het kunnen doen/zeggen/denken, waarom toch? Dus is ze lekker bezig, voor haar zelf. Ze zou het alleen niet allemaal op moeten schrijven, en publiekelijk uitspreken: zie ook: http://www.maxpam.nl/2007/04/het-wijwater-van-desanne-van-brederode/ . Maar een heel leuke en lieve vrouw dus, geloof me.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: