Appeltaart

juli 30, 2009

Allah is groot, Allah is machtig

Ik moest naar het Swastika Ziekenhuis om een spatader te laten verwijderen. Toen ik daar een aantal maanden geleden kwam, kreeg ik van de Vlaamse vaatchirurg te horen dat mijn spatader ‘droog gespoten’ kon worden.

Een paar weken later kwam ik terug om mijn spatader droog te laten spuiten. De droogspuiter voelde even en zei toen dat mijn spatader te groot was om droog te spuiten. Ik moest mijn spatader laten strippen. Bij de polikliniek kreeg ik te horen dat ik eerst een afspraak met de anesthesist moest maken. De anesthesist ging onderzoeken voor welke verdoving ik in aanmerking kwam.

Aan de anesthesist vroeg ik of de chirurg die mijn spatader ging strippen dezelfde chirurg was die eerst had gezegd dat mijn spatader droog gespoten kon worden. Ja, dat was dezelfde chirurg. Is het niet raar vroeg ik, dat een specialist de verkeerde prognose had gesteld. Ja, zei de anesthesist, dat is raar. Maar het was wel een goede vaatchirurg, dus misschien moest ik eerst een afspraak met ‘m maken voordat hij in me zou gaan snijden. Opdat hij mijn vertrouwen kon terugwinnen. Nu ja, dat deed ik dan maar. Ik zou die chirurg flink door het stof laten kruipen voordat ik hem de eer wenste te geven mijn spatader te mogen strippen.

Een paar weken later vroeg ik aan de chirurg waarom hij mij destijds een verkeerde prognose had gegeven. Dat heet een diagnose, zei hij smalend. Ja, daar had hij mij. Ik kon niet meer terug. Nu moest ik mij wel door hem laten behandelen. Hij zou mijn spatader dus gaan strippen. Hij zou een sneetje in m’n lies maken, daar de spatader eruit ratsen en in de kuit met haakjes gaan poeren om de vertakkingen, de restadertjes eruit te pulken.

Daar lag ik dus. De assistent van de chirurg kwam langs om die restadertjes op mijn eigenhandig geschoren been af te tekenen. Boven dit stukje ziet u het resultaat. Ik maak mij sterk dat ik mijn spataders precies dezelfde Arabische inscriptie vormden die ik ooit in een van de vertrekken van het Alhambra in Granada heb aangetroffen. Allah is groot, betekenden ze geloof ik. Of Allah zij geprezen. In ieder geval een inscriptie die ervoor zorgde dat de hogere machten mij goed gezind waren. Of zou het juist blasfemisch zijn om ze te laten verwijderen?

Er heerste een uitgelaten sfeer op de operatiekamer. Een beetje een vrijdagmiddagsfeer. En dat op dinsdag. “Hoe lang gaat het duren denkt u”, vroeg ik aan de anesthesist. “Deze chirurg kennende ben je zo klaar”, zei ze vrolijk. Iemand kwam binnen om te vertellen dat er nog een toetje was. “Nou lekker”, zei de anesthesist sarcastisch. “U houdt niet van toetjes?”, vroeg ik. Nee, een toetje betekende dat er na mij nog iemand kwam. Men dacht die dag vroeg klaar te zijn, vertelde de anesthesist. Er was een patiënt uitgevallen (misschien wel gestorven, bedacht ik me, maar vroeg er niet naar). Ze hadden mij eigenlijk ook wat vroeger willen opereren dan gepland. Maar toen kwam er ineens een keizersnee tussendoor. Die hebben voorrang. Dat begreep ik. En nu kwam er dus na mij nog iemand. Het toetje.

Omdat ik vervelende verhalen had gehoord over plaatselijke verdoving onder de gordel, had ik voor een volledige narcose gekozen. Ik kreeg een kapje voor. “Denk maar aan iets leuks”, zei de anesthesist. “Moet ik nu ook nog iets leuks verzinnen?”, zei ik. “Ik denk altijd aan een film met Hugh Grant”, zei ze. Alsof ze wekelijks onder narcose gaat. Toevallig had ik afgelopen zondag nog een film met Hugh Grant gezien. Maurice heette die film. Het was de keuzefilm van Victor en Rolf.

“We zullen goed voor je zorgen”, was het laatste wat ik hoorde uit de mond van de anesthesist terwijl ik aan Hugh Grant dacht die geaaid werd door een blonde man. Ik zonk weg in mijn narcose en lag even later op de uitslaapzaal. Het trok wat in mijn lies. Een broeder kwam naar me toe en vroeg hoe ik me voelde. Prima, zei ik. Heb je erge pijn? Nee, valt wel mee. Mijn bloeddruk werd automatisch gemeten. Zo nu en dan voelde ik hoe het manchet van de bloeddrukmeter rond mijn rechterbovenarm werd volgepompt.

Even later kwam de chirurg met z’n assistent langs om te vertellen dat ze een boel hadden weggehaald. Iemand riep dat er appeltaart was. “Wat betekent dat?”, vroeg ik aan de chirurg. “Dat betekent dat er iemand appeltaart heeft gebakken”, zei hij.

Advertenties

3 Reacties to “Appeltaart”

  1. Paddy said

    Hoezo denkt die anesthesist altíjd aan een film met Hugh Grant? Altijd wanneer zijzelf geopereerd wordt (wat dan dus blijkbaar best wel vaak is) of altijd als ze moet wachten tot haar patiënt in de slaap der gevoellozen is gezonken? Over wélke film met Hugh Grant we het dan hebben, is echter wel duidelijk; dat moet Mickey Blue Eyes zijn. Kan niet missen.

  2. Molovich said

    Misschien snoept ze graag uit eigen koekjestrommel. Is heel gewoon in die wereld. Ziek eigenlijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: