Schaduwzomergasten met Jeroen Krabbé (2)

juli 16, 2009

Schaduwzomergasten banner

Omdat de heer Molovich een weekje op vakantie is, verschijnt hier de komende dagen een herhaling van de schaduwzomergasten met Jeroen Krabbé. Zie hier deel 1. Vandaag deel 2. Waarin de immer bescheiden Jeroen Krabbé een hele trits van zijn beroemde kennissen noemt.

Jeroen Krabbé heeft net naar het fragment gekeken waarin de Dalai Lama over geluk praat. Jeroen doet zijn bril af en wrijft even in zijn ogen.

KRABBÉ: Ongelooflijk indrukwekkend. Heel bijzonder.

MOLOVICH: De Dalai Lama over geluk. Je hebt ‘m wel eens ontmoet hè?

KRABBÉ: Meerdere malen. En elke ontmoeting is weer even speciaal. Het is zo’n ontzettend lieve man, zo… bescheiden, zo warm. Toen ik hem de eerste keer ontmoette, in 1993 was dat. Ik zat met Gary (Oldman, red.) in het vliegtuig. We zaten midden in opnames voor Immortal Beloved, en ik zat een beetje uit het raampje te staren, toen ik ineens op m’n linkerschouder werd getikt. Was het de Dalai (Lama, red.). Mister Krabbé, zei hij, I admire your work so much. Bleek dat hij een ontzettend grote fan van The Fugitive was. Ik zei tegen hem: Mister Lama, this is too much honour. I’m just a humble painter-actor – ik was toen nog geen regisseur, moet je weten. Toen moest hij erg lachen. I always say, zei hij toen, I’m just a humble monk. En toen lachten we samen. Sindsdien zien we elkaar regelmatig, of bellen we even als een van ons het even niet ziet zitten.

MOLOVICH:
Dat kan niet iedereen zeggen, dat ie persoonlijke raad krijgt van zo’n spirituele grootheid.

KRABBÉ: Dat zegt de Dalai Lama ook altijd! Maar ik zeg dan: kom op Dalai, ik zeg ook maar wat er in dat gekke hoofd van mij opkomt. Het is niet dat ik er voor doorgeleerd heb.

MOLOVICH: Speaking of which: laten we even naar een fragment gaan kijken over iets waar je wel voor hebt doorgeleerd. Schilderen.

KRABBÉ: O ja, leuk!

Jeroen Krabbé zet z’n leesbril op en draait geïnteresseerd naar het scherm. Hij gooit z’n rechter- over zijn linkerbeen.

Jeroen Krabbé doet zijn bril af en glimlacht.

MOLOVICH: Picasso. Voel je je daarmee verwant?

KRABBÉ: Natuurlijk. Als artiest voel ik me aan elke andere artiest verwant. Of toch tenminste aan de artiesten die hun kunst serieus nemen en tegelijkertijd kunnen relativeren. Ik klieder maar wat aan hoor, zeg ik je eerlijk. Ik word vergeleken met Matisse en Klee en Mondriaan, maar ik doe maar wat, hahaha. Net zoals Pablo (Picasso, red.). Dat zie je in dit fragment ook hè. Als hij begint, weet hij echt nog niet hoeveel blaadjes hij die bloemetjes gaat geven. Dat wordt duidelijk tijdens het proces. Dat is organisch. Herken ik heel erg. Wat me wel opvalt, is dat hij totaal geen moeite doet. Aan zijn gezicht zie je dat hij niet echt diep hoeft te gaan. En dan denk ik toch: Pablo, heb je er wel alles uitgehaald wat er in zat? Had je niet dieper moeten gaan. Ik heb wel eens een filmpje gezien waarin ik zelf sta te schilderen. Ik trek dan de meest verwrongen grimassen, hele rare bekken. Zonder dat zelf door te hebben. Heel gek. Als in een soort trance. Maar ik haal dus wel het onderste uit de kan. Onbewust. Uiteindelijk zie je dat toch in het werk terug.

Hoe het verder gaat, kunt u lezen in deel 3 van deze boeiende Schaduwzomergastenaflevering.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: