De Da Vinci Code gekraakt

mei 18, 2009

Het laatste avondmaal met discobol en boa

Gisteren was de Da Vinci Code op teevee. Ik heb ‘m maar vermeden. Want ik wist dat ik me meer op zou winden dan goed voor me was. Nadenkend over het boek dat ik destijds gelezen had, kwamen alle verschrikkingen weer terug.

Ja, ik had het boek gelezen. En ja, ik had het uitgelezen. Maar dat was een opoffering. Zoals Christus aan het kruis is gestorven om de mensen hun zonden te vergeven. Zo heb ik de Da Vinci Code van kaft tot kaft uitgelezen. Daarom nu in de herhaling: het verslag van de lijdensweg die het lezen van de Da Vinci Code was. En, omdat ik toch bezig was, krijgt u er een gratis onthulling bij. Daar gaan we.

De hype had mij te pakken. Ik las het boek dat je leven schijnt te veranderen, de Da Vinci Code. De beroemde bestseller van Dan Brown, waarin Robert Langdon (hoogleraar in de religieuze symboliek), samen met een Franse cryptologe genaamd Sophie Neveu, er binnen 24 uur moet achterkomen wat de geheimzinnige aanwijzingen betekenen die de vermoorde curator van het Louvre in het laatste kwartier van zijn leven onder het motto “de waarheid mag niet verloren gaan” op de vloer van het museum heeft gekalkt.

Wat al snel opvalt, is de afgrijselijke domheid van de hoofdrolspelers, een domheid die consequent in het hele boek is doorgevoerd. De heer Brown voert zijn belangrijkste personages op als dé experts op het gebied van het ontcijferen van religieuze symbolen, geheimschriften en allerlei soorten codes, maar geregeld zien zij de meest voor de hand liggende opties over het hoofd en weet je als lezer al minstens drie bladzijden wat de oplossing van het raadsel is voordat het bij onze helden eindelijk een beetje begint te dagen. Met als hoogtepunt een stukje tekst dat in spiegelbeeld is geschreven. Een kind van zes dat net de woorden aap, noot en mies heeft geleerd, zal dit eenvoudige trucje doorzien en snel een spiegel ter hand nemen. Zoniet de heer Langdon, een van ’s werelds belangrijkste kunsthistorici, die ons via een monologue interieur mededeelt dat hij aanvankelijk een semietische taal vermoedde, maar na lang kijken moet toegeven dat hij deze taal nog nooit heeft gezien. En ook de `excentrieke’ graaldeskundige Sir Huppeldepup, die zich wat later bij het gezelschap voegt, is ondanks zijn torenhoge intelligentie niet in staat het spiegelschrift te ontcijferen. Godzijdank heeft cryptologe Sophie meteen door wat er staat, maar goed, dan zijn we al wel weer vijf onnodige en hemeltergende bladzijden verder.

Misschien nog wel vervelender dan de domheid van de personages is de manier waarop Brown ons bepaalde essentiële kunsthistorische informatie denkt te moeten brengen. Informatie die op zich de moeite van het tot u nemen meer dan waard is. Maar in plaats van gewoon op te schrijven wat wij dienen te weten, schotelt Brown ons, via flashbacks, geregeld de krakkemikkige en bijzonder onnatuurlijke dialogen voor die Langdon met zijn studenten houdt. Het lijkt erop dat Brown op een blauwe maandag eens een cursusje ‘creative writing’ heeft gevolgd, waar men hem op het hart heeft gedrukt dat dialogen altijd aantrekkelijker zijn om te lezen dan monologen. Met het volgende rampzalige gevolg:

Robert Langdon dacht terug aan die dag dat hij college gaf aan een wel heel uitzonderlijk gezelschap. In het kader van een project ter bevordering van culturele bewustwording van gedetineerden, was Langdon gevraagd om les te komen geven in een gevangenis. De gevangenen bleken robuuste en ruige mannen, maar met een verrassende scherpte, zo had Langdon tot zijn grote verbazing vastgesteld.
“Het bijzondere aan de Mona Lisa”, begon Langdon, “zijn de vele grapjes die Da Vinci erin heeft gestopt. Zo is de horizon aan de linkerkant van de Mona Lisa een stuk lager dan die aan de rechterkant.”
“Dus eigenlijk was het gewoon een prutser”, zei een grote man met een imposante baard. Zijn medegevangenen lachten hard.
“Nou nee hoor”, zei Langdon, “integendeel. Het was een grapje van Da Vinci. Door de horizon aan de linkerkant lager te zetten, lijkt die kant van de Mona Lisa groter. En in de kunst staat de linkerkant voor het vrouwelijke. Dus zo laat Da Vinci zien dat het vrouwelijke belangrijker is dan het mannelijke.”
“Klopt het dat Da Vinci een flikker was”, zei een man die iets kleiner was dan de vorige, maar toch ook nog erg groot was.
Nu was het Langdons beurt om te lachen. “Zo zouden kunsthistorici het nooit zeggen, maar je hebt gelijk, Leonardo da Vinci was hoogstwaarschijnlijk homoseksueel.”
“Meneer de professor”, zei de eerste grote man, “ik heb wel eens gehoord dat de Mona Lisa eigenlijk een zelfportret van Da Vinci is. Klopt dat?”
Langdon was onder de indruk. “Dat is heel goed mogelijk”, zei hij, “Leonardo da Vinci had volgens de overlevering zachte gelaatstrekken en hij was heel goed in het benadrukken van het androgyne in de mens.” Even overwoog Langdon of hij zou vertellen over de oorsprong van het woord hermafrodiet, dat een samentrekking was van de Griekse goden Hermes en Aphrodite, maar iets zei hem dat dit gezelschap daar niet op zat te wachten.

Zoiets dus. En dan vertelt Langdon aan zijn ongebruikelijke publiek nog wat meer over de Mona Lisa, zodat iemand kan opmerken dat het dus eigenlijk ‘een manwijf’ is en dan legt Langdon ten slotte aan zijn ruige en robuuste toehoorders uit dat Mona Lisa een anagram is van de Egyptische goden Amon en l’Isa (=Isis) en dus zowel man als vrouw is.

Bovenstaande mag dan beste interessant zijn, door Brown’s gebrek aan angst voor clichés is het maar moeilijk serieus te nemen. Nu ben ik zelf niet allergisch voor clichés, maar als ze in zo grote getale aanwezig zijn, wordt het zelfs mij teveel. Amerikanen zijn preuts, Engelse wetenschappers excentriek, Franse meisjes bevallig, Zwitserse bankdirecteuren onberispelijk, kardinalen corrupt en het nachtelijke Bois de Bologne is het hedendaagse Sodom en Gomorra. Zoals het iemand die graag zijn eruditie etaleert betaamt, maakt Brown, bij de beschrijving van het Bois de Bologne, eerst de vergelijking met het schilderij ‘De Tuin der Lusten’ van Hieronymus Bosch, en dan meer bepaald het middenpaneel, waarop talloze mensen en vreemde wezens elkaar en zichzelf in hun seksuele behoeften bevredigen. Vervolgens komen Langdon en Sophie (Brown noemt de professor consequent bij zijn achternaam en de Franse cryptologe consequent bij haar voornaam) twee tienermeisjes met ontblote borsten tegen, in allerlei standen sodomerende mannen en vrouwen en een vrouw die, nadat ze haar rokje omhoog heeft gedaan, een man blijkt te zijn. Dit is, dacht ik bij mezelf, nog erger dan de Rozentuin in het Vondelpark, waar men, als de schemer heeft ingezet, een grote kans loopt parende homofielen tegen het zwoegende lijf te lopen.

Pas veel later, toen ik het boek uit had, bedacht ik hoe belangrijk deze gedachte was voor de toekomst van de mensheid. Als u de Da Vinci Code nog wilt lezen (ik kan het me niet voorstellen, maar goed), zou u nu niet verder moeten lezen, want ik ga wat cruciale informatie prijsgeven in een poging mijn theorie uit te leggen.

Na verloop van tijd blijkt dat Langdon en Sophie op zoek zijn naar de Heilige Graal. Echter, waar wij, mede dankzij Indiana Jones, bij het woord Heilige Graal altijd denken aan de kelk waaruit Jezus tijdens het Laatste Avondmaal dronk, de kelk die vervolgens doorgegeven werd en waaruit alle discipelen moesten drinken, daar beweert Brown dat de Heilige Graal de stoffelijke resten zijn van Maria Magdalena. En mevrouw Magdalena was, zo krijgen wij uitgelegd, niet de smerige hoer die de Katholieke Kerk van haar heeft gemaakt, maar de vrouw van Jezus, de drager van zijn kind én de aangewezen persoon om de leer van Jezus voort te zetten. Jezus was afstammeling van Koning David, Maria Magdalena van Koning Salomo, het kind dat zij zouden krijgen, zou pas werkelijk aanspraak maken op de titel koning der Joden. Maar dat is er nooit van gekomen. Na de dood van Jezus was Maria Magdalena gedwongen om naar Frankrijk te vluchten. Sinds haar dood wordt haar lichaam van hot en ook naar her gesleept.

Bewijs dat Maria Magdalena de Heilige Graal is, zou te vinden zijn op Leonardo da Vinci’s Laatste Avondmaal. Daarop zien wij Jezus in het midden, maar dan zonder zijn bekende kelk. Sterker nog, iedere apostel heeft een eigen drinkbeker. En wie zit er naast Jezus? Precies, Maria Magdalena wier hand door Jezus liefdevol wordt vastgehouden. Bovendien, zo zegt Langdon in de zoveelste van zijn irritante privé-colleges aan Sophie, vormen Jezus en Maria samen de letter M, van matrimonium, latijn voor huwelijk. Zo heeft Leonardo da Vinci ons dus de waarheid proberen te vertellen. Overigens kunnen wij in de manier waarop Da Vinci de twee tortelduifjes heeft gecomponeerd veel makkelijker een v herkennen, het symbool van vrouwelijkheid, het omgekeerde van het symbool voor mannelijkheid: ^ dus. Maar ja, dat gaf Brown enige problemen, immers Maria Magdalena mag dan wel een vrouw zijn, Jezus was dat niet.

Maar als je Da Vinci’s schilderij bekijkt, kan minstens de helft van de aanwezige discipelen als vrouw door het leven gaan. Dertien mannen die, gekleed in jurken, door de woestijn trekken en zo nu en dan een feestje aan doen, ik heb het altijd een beetje verdacht gevonden. Tel daarbij op dat over het algemeen binnen de kunsthistorie wordt aangenomen dat de persoon naast Jezus de heer Johannes was. En dat die traditioneel een beetje verwijfd wordt afgebeeld. En dat, zoals gezegd, Leonardo da Vinci met de Mona Lisa wellicht een zelfportret heeft geschilderd. Als je nu het gezicht van Johannes (of Maria Magdalena) bekijkt, lijkt dat verdacht veel op de Mona Lisa. Bovendien was Leoanardo van de Griekse beginselen. Ergo conclusio, Jezus en Johannes vormden een stelletje, tot grote jaloezie van de overige discipelen en dan met name Judas (de kus die Judas gaf toen hij Gristus verried was geen laf kusje op de wang, maar een gepassioneerde tongzoen, dat vergeten de bekende evangeliën meestal ook te vermelden). De jaloezie spat ook werkelijk van het doek af.

De V die Jezus en Johannes vormen, zou natuurlijk kunnen staan voor het vrouwelijke in de man, maar staat hoogstwaarschijnlijk voor het latijnse Victoris, dat overwinning betekent en waar natuurlijk de uiteindelijke overwinning van de homoseksuele medemens mee bedoeld wordt. Waarmee we weer terug zijn bij de Rozentuin in het Vondelpark, ontmoetingsplaats voor praktiserende herenliefhebbers.

Nergens in Nederland is de victorie der homoseksuelen duidelijker dan in de Rozentuin. Als we ons dan ook nog herinneren dat het meest gebruikte symbool voor de Hielige Graal de roos is (wat niet voor niets in het Duits, Frans en Engels als rose wordt gespeld, een anagram van Eros, de pijlen schietende mascotte van Aphrodite) dan mogen we met een gerust hart concluderen dat de Heilige Graal geen Kelk is en ook niet het stoffelijk overschot van Maria Magdalena. Volgens Brown staat de roos symbool voor het vrouwelijk geslacht (waarmee volgens hem wéér bewezen is dat Maria Magdalena de Heilige Graal is). Ik zeg, de roos staat voor de anus in het algemeen en die van Johannes in het bijzonder. En deze anus bevindt zich, als ik mij niet vergis, in het Rozentuintje in het Vondelpark. Herinneren wij ons de volgende passage uit het evangelie volgens Jodocus:

“En Johannes was het meest geliefd bij Jezus. Waarom ziet u ons niet staan? Zo vroeg Petrus eens. En Jezus antwoordde, hij zeide: de bos bloemen die u mij ter beschikking stelt, is mij niet half zo dierbaar als die ene van Johannes. Die ene bloem die mij zo’n geborgen en warm gevoel geeft. Ja waarlijk, Johannes is de bloem en de bloem is Johannes. En zo sprak Jezus en hij keek dromerig voor zich uit.”

Advertenties

4 Reacties to “De Da Vinci Code gekraakt”

  1. MeneerTim said

    Nou Max, opmerkelijk om eerst te beginnen over het overschot aan cliche’s in de Da Vinci Code om vervolgens grapjes te maken over homo’s en anussen en de rozentuin in het Vondelpark, terwijl je Jezus op het laatste avondmaal een roze boa aantrekt.

  2. Molovich said

    Ik heb ook niks tegen clichés, maar men kan overdrijven.

  3. MeneerTim said

    Het valt ook wel mee. Ik had even een boze bevlieging dat je een stukkie weer hier hebt neergeplempt en niet op Panzerfaust. Ik moet het nog een plaatsje geven, Max.

  4. Kornuit said

    Wat MevrouwTim zegt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: